Van rustig dorp, naar mijnstad, naar een van de meest diverse steden van de Lage Landen.
Goed Waar Genk trots op mag zijn
De voormalige steenkoolmijn van Winterslag herleefde als C-mine — een creatieve hub met tientallen bedrijven en honderden jobs, precies waar ooit mijnwerkers ondergronds werkten.
Genk is een van de meest multiculturele steden van de Lage Landen: meer dan 100 nationaliteiten, en ongeveer de helft van de inwoners heeft roots buiten België.
Die mix proef je letterlijk: Griekse gebakjes, Marokkaanse couscous, Turkse baklava — geen gimmick, gewoon deel van het dagelijkse straatbeeld.
Vóór dit alles was Genk een rustig dorp, vooral bekend om zijn natuurschoon en geliefd bij schilders.
Nationaal Park Hoge Kempen en de grootste Japanse tuin van Europa liggen allebei op een boogscheut van het centrum.
Minder goed Het eerlijke verhaal
De Ford-fabriek, ooit een van de grootste werkgevers van de stad, sloot in 2014 — een echte klap voor een stad die eerder al één industriële klap (de mijnsluitingen) had verwerkt.
De mijnen zelf sloten gefaseerd tussen 1966 en 1988, en stoflongen door jarenlange blootstelling aan kolenstof waren een gevreesde, veelvoorkomende kwaal onder de mijnwerkers.
De eerste mijn kwam pas in 1917 echt op gang — met steenkool die, volgens sommige bronnen, mee de Duitse oorlogsinspanning tijdens de bezetting voedde. Geen vrolijk begin van het verhaal.
Grappig Wist je dat
De naam Genk komt vermoedelijk van Oudnederlandse woorden voor "zachte helling" of "bosrand" — een erg rustige naam voor wat later een van de luidruchtigste industriële succesverhalen van België zou worden.
Er wordt wel eens gezegd dat veel Belgische vrouwen van een bepaalde generatie Marina heten, naar het gelijknamige lied — geschreven door een Limburgse zanger met Italiaanse roots, een knipoog naar de mijnwerkersgeschiedenis van de streek.
In amper één generatie groeide het dorp van zo'n 2.000 naar meer dan 60.000 inwoners — iets waar de meeste steden een eeuw over doen.